ECLI:NL:RBDHA:2025:8996
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens alsnog genomen besluit op asielaanvraag
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. Op 2 april 2025 nam de minister alsnog een besluit op deze aanvraag, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank stelde vast dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen. Partijen wensten geen zitting, waarna de rechtbank de zaak schriftelijk behandelde.
De rechtbank oordeelde dat de minister op grond van de Awb en het Besluit Proceskosten bestuursrecht veroordeeld kan worden tot vergoeding van proceskosten. Gezien het lichte gewicht van de zaak en de inschakeling van een professionele hulpverlener werd een vergoeding van €453,50 toegekend.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoeker.