Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. R. van Dooren).
Inleiding
Beoordeling van de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, met de Colombiaanse nationaliteit, werd op 11 oktober 2024 tijdens een politiecontrole staande gehouden in Nederland zonder rechtmatig verblijf. De minister legde haar daarop een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen en een inreisverbod van twee jaar op. Eiseres stelde beroep in tegen het inreisverbod, stellende dat het besluit niet voldoende gemotiveerd was en dat haar zienswijze niet in het dossier bleek.
De rechtbank oordeelde dat het inreisverbod terecht was opgelegd omdat eiseres de vrije termijn van negentig dagen zonder visum met meer dan drie dagen had overschreden en onrechtmatig verbleef. Het proces-verbaal toonde aan dat eiseres de gelegenheid had gekregen haar zienswijze kenbaar te maken en dat zij geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd om het inreisverbod te voorkomen of te verkorten.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling. Het vonnis werd uitgesproken door rechter E.E.M. van Abbe op 15 mei 2025. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod van twee jaar is ongegrond verklaard.