ECLI:NL:RBDHA:2025:9013
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
De minister heeft op 28 maart 2025 de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het beroep ongegrond verklaard in een andere uitspraak en ziet daarom geen noodzaak meer voor een voorlopige voorziening.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is de uitspraak zonder zitting gedaan. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.