ECLI:NL:RBDHA:2025:9049
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak
De minister van Asiel en Migratie heeft op 4 maart 2025 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het dossier inhoudelijk beoordeeld.
De rechtbank overweegt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig was. De beoordeling richt zich daarom op de periode daarna. Eiser verblijft al geruime tijd in bewaring en stelt dat er geen zicht is op uitzetting binnen redelijke termijn en dat de minister onvoldoende voortvarend handelt. Daarnaast verzoekt eiser om een lichter middel zoals een meldplicht, gezien zijn medewerking.
De rechtbank stelt vast dat de minister regelmatig rappelleert bij de Marokkaanse autoriteiten voor de afgifte van een laissez-passer en dat de minister slechts beperkt invloed heeft op de werkwijze van deze autoriteiten. Er is geen aannemelijk bewijs dat meer of andere handelingen de uitzetting hadden kunnen bespoedigen. Eiser heeft onvoldoende aangetoond dat hij zijn medewerkingsplicht volledig nakomt. De zorg in detentie is gelijkwaardig aan die in de vrije maatschappij, zodat ook op dat punt geen reden is voor een lichter middel.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat de maatregel van bewaring rechtmatig voortduurt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.