Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: Mr. G. Cambier).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is sinds 29 december 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en de zaak op basis van stukken beoordeeld.
De rechtbank overweegt dat zij de maatregel reeds eerder heeft getoetst en toen rechtmatig bevonden. De beoordeling richt zich daarom op de periode na het sluiten van dat onderzoek. Eiser stelt dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting is en dat de minister niet voortvarend handelt, onder meer omdat geen afschrift van rappels aan de Marokkaanse autoriteiten is overgelegd.
De rechtbank stelt vast dat het onderzoek bij de Marokkaanse autoriteiten nog loopt en dat een termijn van bijna drie maanden niet onredelijk is. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat de minister niet heeft gerappelleerd. De voortgangsrapportage wordt als feitelijk juist aangenomen. Gezien de korte termijn sinds de laatste beoordeling is het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.