ECLI:NL:RBDHA:2025:9054
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijderingsbesluit en belangenafweging bij beëindiging rechtmatig verblijf Unieburger
Eiser, een Poolse Unieburger zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, werd geconfronteerd met een verwijderingsbesluit omdat hij niet voldeed aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf onder het Unierecht. Verweerder stelde vast dat eiser langer dan drie maanden in Nederland verbleef zonder werk, zonder werkzoekend te zijn en zonder eigen middelen van bestaan.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd hoe hij zijn verblijf daadwerkelijk en effectief kon beëindigen en dat de belangenafweging onjuist was, met name vanwege zijn sterke band met Nederland en het overlijden van zijn moeder. De rechtbank oordeelde dat verweerder geen informatieplicht had over het daadwerkelijk en effectief beëindigen van het verblijf en dat de belangenafweging zorgvuldig was gemaakt, waarbij zowel positieve als negatieve omstandigheden waren meegewogen.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende had aangetoond dat hij sterkere banden met Nederland had dan met Polen en dat de door hem aangevoerde omstandigheden onvoldoende waren onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waardoor het verwijderingsbesluit in stand blijft en eiser Nederland binnen één maand moet verlaten.
Uitkomst: Het beroep tegen het verwijderingsbesluit is ongegrond verklaard en eiser moet Nederland binnen één maand verlaten.