ECLI:NL:RBDHA:2025:9060
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning niet-tijdelijk humanitair wegens onvoldoende bewijs huiselijk geweld
Eiser, met de Surinaamse nationaliteit, vroeg om wijziging van zijn verblijfsvergunning naar niet-tijdelijke humanitaire gronden, stellende dat hij slachtoffer was van huiselijk geweld binnen zijn relatie. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de vereiste vijf jaar verblijf en onvoldoende bewijs leverde van huiselijk geweld, zoals recente politie- of medische documenten. De rechtbank bevestigt dat een verklaring van een familielid onvoldoende is om huiselijk geweld aannemelijk te maken.
Daarnaast heeft verweerder een belangenafweging gemaakt waarbij het belang van eiser bij het privéleven in Nederland werd afgewogen tegen het algemeen belang van Nederland. Hoewel eiser banden heeft opgebouwd, oordeelt de rechtbank dat deze niet zodanig zijn dat hij beschermenswaardig gezinsleven heeft, mede omdat de relatie is verbroken en familiebanden vanuit Suriname kunnen worden onderhouden.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht het belang van de Nederlandse samenleving zwaarder heeft laten wegen en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning op niet-tijdelijke humanitaire gronden wordt ongegrond verklaard.