Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Hongaarse nationaliteit, werd op 7 april 2025 geconfronteerd met een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn verblijfssituatie, aangezien hij op 20 augustus 2024 was uitgezet naar Hongarije en daar werk had gezocht. De rechtbank oordeelde echter dat de minister voldoende onderzoek had verricht en dat het verblijf van eiser in Hongarije minder dan drie maanden had geduurd, waarna hij terugkeerde naar Nederland zonder zijn banden met Nederland te hebben verbroken.
Daarnaast erkende de minister dat de rechtsmiddelenclausule in het bestreden besluit onjuist was, maar de rechtbank stelde vast dat dit de rechtsgeldigheid van het besluit niet aantastte omdat eiser tijdig en correct beroep had ingesteld en daardoor niet in zijn belangen was geschaad.
De rechtbank voerde ook een ambtshalve toetsing uit en concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.