ECLI:NL:RBDHA:2025:9077
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Tsjechië
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Tsjechië volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielverzoek.
Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 29 april 2025 behandeld, waarbij verzoekster en haar gemachtigde zich afgemeld hadden. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Op 21 mei 2025 heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer nodig is omdat de rechtbank in de bodemprocedure reeds uitspraak heeft gedaan. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de bodemprocedure reeds is afgerond met een uitspraak.