ECLI:NL:RBDHA:2025:9080
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht naar Duitsland in asielprocedure
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om zijn overdracht naar Duitsland op 23 mei 2025 te voorkomen en de beroepsprocedure in Nederland af te wachten.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan en overweegt dat verzoeker tweemaal is uitgenodigd voor een gehoor maar niet is verschenen. Verzoeker heeft geen toelichting gegeven op zijn afwezigheid. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen, mede omdat verzoeker geen inhoudelijke gronden tegen de overdracht heeft aangevoerd en de overdracht geen onomkeerbare gevolgen heeft.
Ook is van belang dat verzoeker pas op 19 mei 2025 een voorlopige voorziening heeft gevraagd, terwijl het beroep al op 18 april 2025 was ingediend. Verzoeker had dus tijdig een verzoek kunnen indienen om de procedure in Nederland af te wachten. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen overdracht naar Duitsland wordt afgewezen.