ECLI:NL:RBDHA:2025:9083
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep in nareiszaak
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Op 31 maart 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelt dat de minister tegemoet is gekomen aan het beroep en dat daarom de proceskostenveroordeling gegrond is. De vergoeding wordt vastgesteld op € 453,50, rekening houdend met het inschakelen van een professionele hulpverlener en het lichte gewicht van de zaak.
Daarnaast wordt het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegewezen wegens betalingsonmacht, waardoor de minister niet verplicht is het griffierecht te vergoeden. De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van de proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoeker en wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling toe.