Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De aanvraag dateert van 31 juli 2024, en de minister heeft niet binnen de wettelijke termijn beslist. Eiseres heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep terecht en gegrond is. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen, tenzij hij binnen die termijn schriftelijk meedeelt dat nader onderzoek nodig is, waarna een termijn van twintig weken geldt. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000.
Daarnaast stelt de rechtbank vast dat de minister een bestuurlijke dwangsom van €1.442,- is verschuldigd wegens reeds verstreken 42 dagen na ingebrekestelling. De minister wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€453,50) en het griffierecht (€194,-). De rechtbank wijst het verzoek van de minister om aanhouding af, omdat dit de prikkel tot tijdige beslissing zou wegnemen.