ECLI:NL:RBDHA:2025:9108
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen afwijzing reguliere verblijfsvergunning
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 31 oktober 2024 waarin is bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening om de terugkeer naar Turkije te voorkomen.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en ging, gezien uitzonderlijke omstandigheden en vermoedelijk misbruik van recht, voorbij aan de indieningsvereisten. Verzoeker maakte geen expliciete voorlopige voorziening kenbaar, maar dit werd geïnterpreteerd als opschorting van de terugkeerplicht.
Verzoeker stelde zonder onderbouwing dat hij onder het associatierecht valt en bood aan de aanvraag aan te vullen, maar maakte geen gebruik van de gelegenheid om zijn gronden toe te lichten. De voorzieningenrechter achtte het bezwaar en het verzoek kennelijk ongegrond en wees deze af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening en het bezwaar tegen het weigeren van een reguliere verblijfsvergunning worden afgewezen.