ECLI:NL:RBDHA:2025:9110
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 30 oktober 2024 waarin is bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Tevens heeft hij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om de rechtsgevolgen van het besluit, met name de terugkeer naar Turkije, op te schorten.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek zonder zitting en gaat, vanwege uitzonderlijke omstandigheden waaronder vermoedelijk misbruik van recht en beperkte communicatie met verzoekers, voorbij aan de formele indieningsvereisten. Verzoeker heeft niet duidelijk gemaakt welke voorlopige voorziening wordt gevraagd, maar het verzoek wordt geïnterpreteerd als een opschorting van het terugkeerbesluit.
Verzoeker beroept zich zonder onderbouwing op het associatierecht tussen de EU en Turkije en toont bereidheid om de aanvraag aan te vullen, maar maakt geen gebruik van de gelegenheid om zijn gronden te verduidelijken. De voorzieningenrechter acht het bezwaar kennelijk ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Het bezwaar wordt eveneens ongegrond verklaard, en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.