ECLI:NL:RBDHA:2025:9112
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen weigering reguliere verblijfsvergunning
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 30 december 2024 waarin is bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Tevens heeft hij een voorlopige voorziening verzocht om de terugkeer naar Turkije op te schorten.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek zonder zitting en gaat, vanwege uitzonderlijke omstandigheden waaronder vermoedelijk misbruik van recht en communicatieproblemen, voorbij aan de indieningsvereisten. Verzoeker heeft niet duidelijk gemaakt welke voorlopige voorziening wordt gevraagd, maar dit wordt geïnterpreteerd als opschorting van de terugkeerplicht.
Verzoeker beroept zich zonder onderbouwing op het associatierecht tussen de EU en Turkije en toont bereidheid de aanvraag aan te vullen, maar maakt hier geen gebruik van. De voorzieningenrechter acht het bezwaar en het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond en wijst deze af. Het bezwaar wordt op grond van artikel 78 Vreemdelingenwet Pro 2000 ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het primaire besluit wordt ongegrond verklaard.