ECLI:NL:RBDHA:2025:917
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker op grond van Dublinverordening
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Frankrijk verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om een voorlopige voorziening om de overdracht op te schorten.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het beroep waarschijnlijk niet binnen de overdrachtstermijn van 27 februari 2025 kan worden behandeld, waardoor onverwijlde spoed aanwezig is. Het belang van verzoekster om bij de behandeling van haar beroep aanwezig te zijn, weegt zwaarder dan het belang van de minister om haar eerder over te dragen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, de overdracht opgeschort totdat op het beroep is beslist, en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €907. De uitspraak is zonder zitting gedaan en er staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht van verzoekster aan Frankrijk wordt opgeschort totdat op het beroep is beslist.