Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. C.J. Ohrtmann).
Procesverloop
Overwegingen
Lichter middel
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 9 maart 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser, een Duitse burger, omdat er een risico bestond dat hij zich aan het toezicht zou onttrekken. Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend was bij zijn uitzetting en dat een lichter middel passend was, omdat hij over voldoende middelen van bestaan zou beschikken en zelfstandig kon terugkeren.
De rechtbank oordeelde dat de minister binnen drie dagen na het besluit een vertrekgesprek had gevoerd, wat een relevante uitzettingshandeling is, en dat de minister voldoende voortvarend had gehandeld. De rechtbank volgde de minister ook in de beoordeling dat er een duidelijk risico bestond dat eiser zich zou onttrekken aan het toezicht en dat zelfstandig vertrek niet werd verwacht vanwege onvoldoende middelen van bestaan.
De rechtbank concludeerde dat de zware en lichte gronden voor de maatregel feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren. Ambtshalve toetsing wees uit dat de maatregel tot het moment van sluiting van het onderzoek niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.