ECLI:NL:RBDHA:2025:9188
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-procedure verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 8 april 2025 in Utrecht, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu er op dezelfde dag uitspraak werd gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.12563), een voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit dat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag wordt afgewezen.