Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 907,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoekers, bestaande uit een verzoekster en haar minderjarige kinderen, hebben een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel ingediend die door de minister niet in behandeling is genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Bulgarije volgens de Dublinverordening. Tegen deze besluiten is beroep ingesteld en tevens is een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 29 april 2025 behandeld, samen met andere gerelateerde zaken. Gezien de uitspraak op de bodemzaken (NL25.15432 en NL25.15434) acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst het verzoek af.
Wel veroordeelt de voorzieningenrechter de minister tot het betalen van proceskosten aan verzoekers, vastgesteld op € 907,-, omdat sprake is van samenhangende zaken en de kosten voor rechtsbijstand door een derde beroepsmatig zijn gemaakt. Er wordt geen dubbele vergoeding toegekend omdat al een proceskostenvergoeding voor de zitting is toegekend.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.A.M. Elzakkers en griffier S.N. Lekatompessij op 12 mei 2025. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 907,-.