Eiseres, een Iraanse nationaliteit, vroeg op 19 augustus 2024 asiel aan in Nederland. Verweerder nam haar asielaanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, mede vanwege een visum dat Frankrijk aan eiseres had verstrekt. Eiseres voerde aan dat zij het grondgebied van de lidstaten had verlaten en dat Nederland daarom verantwoordelijk was, onderbouwd met paspoortstempels en aanvullende documenten.
De rechtbank oordeelde dat het enkel overleggen van een uitreisstempel geen sluitend bewijs is van daadwerkelijke uitreis uit de EU. Hoewel eiseres aanvullende bewijsstukken had overgelegd, had verweerder nagelaten om aanvullend onderzoek te verrichten, bijvoorbeeld bij de Franse autoriteiten, om de uitreis te verifiëren. Hierdoor was het besluit niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens kreeg eiseres een proceskostenvergoeding toegekend. De overige beroepsgronden werden niet behandeld vanwege het gegrond verklaren van het beroep op de motiverings- en zorgvuldigheidsbeginselen.