ECLI:NL:RBDHA:2025:9301
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-procedure tegen weigering verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 13 mei 2025 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen en de minister zich liet vertegenwoordigen.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu in de gerelateerde zaak uitspraak is gedaan op het beroep, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 21 mei 2025 door voorzieningenrechter I. Helmich en griffier S.N. Lekatompessij. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat in een gerelateerde zaak reeds uitspraak is gedaan op het beroep.