ECLI:NL:RBDHA:2025:9314
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 23 december 2024 waarin haar aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning is afgewezen. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de terugkeer naar Turkije op te schorten.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en ging, vanwege uitzonderlijke omstandigheden en vermoedelijk misbruik van recht, voorbij aan de indieningsvereisten. Verzoekster maakte niet duidelijk welke voorlopige voorziening zij precies wenste, maar dit werd geïnterpreteerd als opschorting van de terugkeerplicht.
Verzoekster voerde zonder onderbouwing aan dat zij onder het associatierecht tussen de EU en Turkije valt en bood aan de aanvraag aan te vullen, maar maakte geen gebruik van de gelegenheid daartoe. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar geen kans van slagen heeft en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens verklaarde hij het bezwaar ongegrond met toepassing van artikel 78 Vreemdelingenwet Pro 2000.
Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het primaire besluit wordt ongegrond verklaard.