ECLI:NL:RBDHA:2025:9316
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen afwijzing reguliere verblijfsvergunning
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 18 december 2024 waarin is bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Tevens heeft hij een voorlopige voorziening verzocht om de terugkeer naar Turkije op te schorten.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek zonder zitting en gaat, vanwege uitzonderlijke omstandigheden en mogelijke misbruik van recht, voorbij aan de indieningsvereisten. Verzoeker heeft niet duidelijk gemaakt welke voorlopige voorziening wordt gevraagd, maar dit wordt geïnterpreteerd als opschorting van de terugkeer.
Verzoeker beroept zich zonder onderbouwing op het associatierecht tussen de EU en Turkije en toont slechts bereidheid om de aanvraag aan te vullen, wat onvoldoende is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond en verklaart het bezwaar ongegrond op grond van artikel 78 Vreemdelingenwet Pro 2000. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het primaire besluit wordt ongegrond verklaard.