ECLI:NL:RBDHA:2025:9320

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 mei 2025
Publicatiedatum
26 mei 2025
Zaaknummer
NL25.19213
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 66a Vreemdelingenwet 2000Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen inreisverbod wegens persoonlijke omstandigheden ongegrond verklaard

De minister van Asiel en Migratie heeft op 22 april 2025 een inreisverbod van twee jaar uitgevaardigd tegen eiser, die een terugkeerbesluit uit 2011 heeft. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en tegen een maatregel van bewaring, waarbij het beroep tegen de bewaring reeds ongegrond werd verklaard.

De rechtbank heeft het beroep tegen het inreisverbod zonder zitting behandeld. Eiser voerde aan dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en niet voldeed aan noodzakelijkheid en proportionaliteit, mede omdat hij onvoldoende was bevraagd over zijn persoonlijke omstandigheden. Tevens stelde hij dat hij niet terug wil keren naar Nederland maar naar zijn land van herkomst, de Democratische Republiek Congo.

De rechtbank oordeelde dat eiser voorafgaand aan het besluit was gehoord en expliciet de gelegenheid had gekregen om bijzondere omstandigheden aan te voeren. Eiser gaf aan dat hij niet terug wil keren naar Nederland en 60 jaar oud is. Dit was voor verweerder geen reden om het inreisverbod niet uit te vaardigen. Het inreisverbod belemmert eiser niet in zijn wens om terug te keren naar zijn land van herkomst buiten de EU.

De rechtbank concludeerde dat het beroep kennelijk ongegrond is en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.19213

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Dogan),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

In het besluit van 22 april 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder tegen eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaren uitgevaardigd.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit, alsook tegen de maatregel van bewaring van 22 april 2025.
Op 28 april 2025 heeft de rechtbank meegedeeld dat dit beroep, anders dan eerder meegedeeld, niet gevoegd wordt behandeld met het beroep tegen de inbewaringstelling. In de uitspraak van 1 mei 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats dat laatstgenoemde beroep ongegrond verklaard (ECLI:NL:RBDHA:2025:7470).
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Beoordeling door de rechtbank

1. Op grond van artikel 66a van de Vreemdelingenwet 2000 vaardigt verweerder een inreisverbod uit aan de vreemdeling die geen gemeenschapsonderdaan is en die niet uit eigen beweging gevolg heeft gegeven aan de plicht om Nederland binnen de daartoe gegeven termijn te verlaten. Niet in geschil is dat tegen eiser op 22 december 2011 een terugkeerbesluit is uitgevaardigd en dat dit nog steeds geldt.
2. Eiser voert aan dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en niet voldoet aan de vereisten van noodzakelijkheid en proportionaliteit, omdat hij onvoldoende is bevraagd over zijn persoonlijke omstandigheden. Daarnaast voert eiser aan dat verweerder had moeten afzien van het uitvaardigen van een inreisverbod omdat hij wenst terug te keren naar zijn land van herkomst (de Democratische Republiek Congo) en niet terug wil komen.
3. Op 22 april 2025, voorafgaand aan het uitvaardigen van het inreisverbod, is eiser gehoord over zijn persoonlijke omstandigheden. Hij is daarbij uitdrukkelijk in de gelegenheid gesteld om mee te delen of sprake is van bijzondere individuele omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden afgezien van het uitvaardigen van een inreisverbod. Eiser heeft daarop geantwoord: “Ja ik begrijp het. Als ik weg ben kom ik niet meer terug. Ik ben 60 jaar oud. Ik hoef niet terug te komen.”. Hierin heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om verder door te vragen. Evenmin heeft verweerder hierin aanleiding hoeven zien om van het uitvaardigen van een inreisverbod af te zien. Verder belemmert een inreisverbod eiser niet in zijn wens om naar zijn land van herkomst terug te keren, aangezien dit buiten de Europese Unie ligt.
4. De conclusie is dat het beroep kennelijk ongegrond is. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Het bestreden besluit blijft in stand.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 26 mei 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.