ECLI:NL:RBDHA:2025:9329
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstandsuitkering met 30% wegens niet-naleving opheffingsverplichting ondernemingen
Eiser ontvangt sinds 2017 bijstand en heeft sinds 2022 drie ondernemingen geregistreerd staan. Na een periode zonder bijstand werd hem per 21 juni 2023 opnieuw bijstand toegekend met de verplichting om binnen drie maanden twee ondernemingen op te heffen. Eiser heeft deze verplichting niet nageleefd, onder meer door het omzetten van een onderneming en het niet opheffen van een stichting.
Verweerder heeft eiser uitgenodigd voor een maatregelgesprek waarop hij niet is verschenen, waarna de bijstand met 30% werd verlaagd op grond van artikel 55 van Pro de Participatiewet en de Afstemmingsverordening. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende een belangenafweging heeft gemaakt en verwees naar zijn kwetsbare positie en schulden.
De rechtbank oordeelt dat eiser verwijtbaar heeft gehandeld door niet te voldoen aan de opgelegde verplichtingen en dat de maatregel proportioneel is, mede omdat geen onaanvaardbare gevolgen zijn aangetoond. De oplegging van de verplichting zelf valt buiten het geding omdat daartegen geen bezwaar is gemaakt. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de verlaging van de bijstand met 30%.