Eiser, met Senegalese nationaliteit, heeft meerdere keren asiel aangevraagd en zit sinds november 2024 vast op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Na eerdere toetsing door de rechtbank werd de rechtmatigheid van de maatregel bevestigd tot januari 2025. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de maatregel en tegen een vermeende nieuwe maatregel na een opvolgende asielaanvraag.
De rechtbank oordeelt dat het indienen van een nieuwe asielaanvraag kort na de uitspraak in de vorige procedure ertoe leidt dat de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig voortduurt en niet hoeft te worden opgeheven. Er is geen nieuwe maatregel opgelegd, wat ook blijkt uit een e-mail van de Dienst Terugkeer en Vertrek. Het beroep tegen het voortduren van de maatregel wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen de vermeende nieuwe maatregel niet-ontvankelijk. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De rechtbank benadrukt dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld in de asielprocedure en dat de voortduring van de maatregel niet onrechtmatig is. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en in het openbaar gedaan.