ECLI:NL:RBDHA:2025:9384
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen aanslag onroerende zaakbelasting en rioolheffing ongegrond verklaard
Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2021 aanslagen onroerende zaakbelasting gebruiker en rioolheffing gebruiker opgelegd met betrekking tot een praktijkruimte. Eiser maakte bezwaar tegen de aanslagen, gericht op de hoogte van de WOZ-waarde, welke onherroepelijk was vastgesteld na eerdere procedures.
In het beroepsproces heeft eiser geen nieuwe inhoudelijke gronden tegen de aanslagen aangevoerd, behalve een tardieve stelling dat eiser in 2021 geen gebruiker was van de praktijkruimte, welke buiten beschouwing is gelaten. De rechtbank verklaart het beroep daarom ongegrond.
Daarnaast is het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting afgewezen, omdat de termijn van twee jaar voor bezwaar en beroep niet was overschreden.
De uitspraak is gedaan door rechter M.J. Pelinck en griffier B. van Eeuwijk op 29 april 2025. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslagen onroerende zaakbelasting en rioolheffing wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen.