ECLI:NL:RBDHA:2025:9392
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanslag zuiveringsheffing bedrijfsruimten wegens waterverbruik
Eiseres B.V. is geconfronteerd met een aanslag zuiveringsheffing bedrijfsruimten over het jaar 2021 voor een bedrijfsobject bestaande uit hallen en een kantoorgebouw. Zij betwistte de aanslag omdat volgens haar geen aansluiting op het waternet bestond. Verweerder stelde echter dat er niet alleen een aansluiting was, maar ook daadwerkelijk waterverbruik in 2021.
Het bezwaar van eiseres richtte zich vooral op de WOZ-waardering en bevatte geen concrete motivering met betrekking tot de zuiveringsheffing. Ondanks verzoeken van verweerder om nadere motivering, reageerde eiseres hier niet adequaat op. Ter zitting werd gesteld dat het object sinds 2001 leegstond en van het water was afgesloten, maar verweerder bracht tegenbewijs aan met gegevens van Dunea waaruit waterverbruik bleek.
De rechtbank achtte de stelling van eiseres ongeloofwaardig, mede gelet op het feit dat bij tijdelijke leegstand doorgaans de wateraansluiting gehandhaafd blijft. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Daarnaast werd het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat de procedure mede werd gevoerd met een andere inzet dan waarvoor de gemachtigde was gemachtigd en eiseres daardoor geen redelijke spanning of frustratie kon hebben ondervonden.
Tot slot werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door rechter M.J. Pelinck op 29 april 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag zuiveringsheffing bedrijfsruimten 2021 wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen.