ECLI:NL:RBDHA:2025:9394
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking inreisverbod door minister
Verzoekster kreeg op 31 oktober 2024 een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Dit besluit werd later door de minister ingetrokken. Na intrekking trok verzoekster haar beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in, maar vroeg wel om een proceskostenvergoeding.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de intrekking van het besluit gelijkstaat aan het geheel tegemoetkomen aan het verzoek om voorlopige voorziening, dat gericht is op het voorkomen van onevenredig nadeel tijdens de beroepsprocedure. Dit betekent dat de minister op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 8:75, 8:75a en 8:84) veroordeeld kan worden tot betaling van proceskosten.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding toe en veroordeelde de minister tot betaling van € 907,- aan verzoekster, omdat haar gemachtigde een verzoekschrift had ingediend. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is definitief, hoger beroep of verzet is uitgesloten.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het inreisverbod.