ECLI:NL:RBDHA:2025:9400
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser, een Soedanese nationaliteit dragende asielzoeker, verzocht om opname in de Nederlandse asielprocedure, nadat zijn aanvraag niet in behandeling werd genomen met het argument dat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser stelde dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt en dat hij daar ernstige discriminatie heeft ervaren, waardoor hij vreest voor terugkeer naar Pakistan. Hij beroept zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening en het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij wordt aangenomen dat Duitsland zijn verplichtingen nakomt. Eisers stellingen zijn onvoldoende onderbouwd en bereiken niet de hoge drempel van zwaarwegendheid zoals vereist volgens het Jawo-arrest.
Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de zaak niet langer connex is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.