Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 26 januari 2024 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, na instemming van partijen. De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden. Eisers hebben de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en de wettelijke termijn van twee weken na ingebrekestelling is verstreken.
De rechtbank acht het beroep gegrond en legt de minister op binnen zes weken alsnog een besluit te nemen, rekening houdend met het fifo-principe. Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.