ECLI:NL:RBDHA:2025:9428

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 mei 2025
Publicatiedatum
28 mei 2025
Zaaknummer
NL25.21837
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen maatregel bewaring en verzoek om schadevergoeding in vreemdelingenrecht

De minister van Asiel en Migratie heeft op 12 mei 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 20 mei 2025 via een beeldverbinding.

Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend was in zijn uitzetting naar Hongarije, aangezien hij al acht dagen in bewaring verbleef zonder vooruitgang. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende voortvarend handelde, omdat een laissez-passer was aangevraagd en bevestigd, en een vluchtaanvraag was verzonden.

Daarnaast voerde eiser aan dat hij detentieongeschikt was vanwege zijn heroïneverslaving en methadongebruik, en dat behandeling in een verslavingskliniek beter was. De rechtbank vond de medische zorg in het detentiecentrum adequaat en concludeerde dat de verslaving niet leidde tot detentieongeschiktheid.

De rechtbank concludeerde dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden van de maatregel was voldaan en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen, en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.21837

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. E. Stap),
en

de minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: mr. F.S. Schoot).

Procesverloop

Bij besluit van 12 mei 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 20 mei 2025, met behulp van een beeldverbinding, op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. J.W.F. Menick, als waarnemer van zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Werkt de minister voldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser?
1. Eiser betoogt dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. Eiser voert daarbij aan dat hij al acht dagen in bewaring verblijft, zonder dat er enige vooruitgang is geboekt in zijn uitzetting naar Hongarije. Eiser voert aan dat EU-burgers doorgaans snel worden uitgezet.
1.1.
De beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zowel schriftelijk als op de zitting toegelicht dat op 15 mei 2025 een aanvraag voor een laissez-passer (lp) is ingediend bij de Hongaarse autoriteiten. Op 16 mei 2025 hebben de Hongaarse autoriteiten de nationaliteit van eiser bevestigd en toegezegd een lp te verstrekken. Op 19 mei 2025 is een vluchtaanvraag verzonden aan de Koninklijke Mareschaussee in afwachting van een escortopdracht. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser.
Is eiser detentieongeschikt wegens zijn verslaving?
2. Eiser voert aan dat hij verslaafd is aan heroïne en gebruik maakt van methadon waardoor hij detentieongeschikt is. Eiser betoogt dat zijn verslaving beter behandeld kan worden in een verslavingskliniek dan in het detentiecentrum.
2.1.
De beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft in de maatregel en op de zitting voldoende gemotiveerd waarom de medische omstandigheden van eiser hem niet detentieongeschikt maken. Zo wijst de minister terecht op het feit dat de medische zorg in de detentie- en uitzetcentra gelijkwaardig is aan de gezondheidszorg in de vrije maatschappij. [1] Daarnaast is de verslaving van eiser doorgegeven aan het detentiecentrum zodat hij te allen tijde beroep kan doen op de medische dienst. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de beschikbare medische zorg in het detentiecentrum in dit geval onvoldoende is of dat hij niet in staat zou zijn de inbewaringstelling op verantwoordelijke wijze te ondergaan. De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheid dat eiser lijdt aan een verslaving op zichzelf niet leidt tot de conclusie dat hij detentieongeschikt is.
Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?
3. Los van de door eiser aangevoerde beroepsgronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan. [2]

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Pruijn, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.ABRvS 5 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:16.
2.Vergelijk HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.