ECLI:NL:RBDHA:2025:9478
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot afgifte vertrouwelijke dossierstukken uit artikel 12 Sv-procedure
In deze kortgedingprocedure vorderen eisers dat de advocaat van hun tegenpartij wordt bevolen om politiemutaties uit een dossier, verkregen in een artikel 12 Wetboek Pro van Strafvordering-procedure, aan hen te overhandigen. Deze stukken zijn door het gerechtshof Den Haag verstrekt onder de expliciete voorwaarde van vertrouwelijkheid en mogen niet met cliënten worden gedeeld.
De advocaat van de tegenpartij erkent de vordering, maar beroept zich op de geheimhoudingsplicht die voortvloeit uit de bijzondere aard van de artikel 12 procedure Pro, waarin beslotenheid en vertrouwelijkheid essentieel zijn. De voorzieningenrechter overweegt dat hoewel aan de formele vereisten van artikel 194 Rv Pro is voldaan, de vordering stuit op een gewichtige reden: de wettelijke verplichting tot vertrouwelijkheid in de strafrechtelijke procedure.
De rechtbank wijst de vordering af en benadrukt dat eisers zich tot politie of openbaar ministerie moeten wenden voor inzage in het dossier. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken omdat deze niet is gevorderd of gewenst.
Uitkomst: De vordering tot afgifte van de politiemutaties uit het vertrouwelijke dossier wordt afgewezen vanwege de geheimhoudingsplicht.