ECLI:NL:RBDHA:2025:9486
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onrechtmatige bewaring en toekenning schadevergoeding
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, werd op 5 februari 2025 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De maatregel werd op 27 mei 2025 opgeheven, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de vraag of de bewaring onrechtmatig was geweest en of schadevergoeding toekwam.
De rechtbank oordeelde dat vanaf 8 mei 2025 geen concreet zicht meer was op uitzetting naar Marokko, omdat de Marokkaanse autoriteiten de nationaliteit van eiser niet konden bevestigen op basis van vingerafdrukken en de lp-aanvraag was stopgezet. Eiser had onvoldoende medewerking verleend om zijn nationaliteit op andere wijze te bevestigen. Hierdoor was de bewaring vanaf die datum onrechtmatig.
De rechtbank kende een schadevergoeding toe van €2.000 voor 20 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de Staat in de proceskosten van €907. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent een schadevergoeding van €2.000 toe wegens onrechtmatige bewaring vanaf 8 mei 2025.