ECLI:NL:RBDHA:2025:9490
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublinverantwoordelijkheid Kroatië
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de aanvraag.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 23 april 2025 behandeld, waarbij verzoekster en haar gemachtigde niet zijn verschenen. De rechtbank heeft geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer nodig is vanwege de reeds genomen uitspraak in de gerelateerde zaak.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter mr. M. van Harten en is in het openbaar bekendgemaakt op 28 mei 2025. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.