ECLI:NL:RBDHA:2025:950
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in zaak tbs met dwangverpleging
In deze zaak heeft verzoeker, die gedetineerd is, een wrakingsverzoek ingediend tegen twee rechters van de meervoudige raadkamer in strafzaken. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid vanwege beperkingen tijdens de ondervraging van een deskundige en het niet aanhouden van de zitting voor een aanvullende rapportage. Tevens werd bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van het horen van vier andere getuigen/deskundigen.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek ten aanzien van het horen van vier getuigen te laat was ingediend en daarom niet ontvankelijk was. Voor het overige werd geoordeeld dat procedurele beslissingen, zoals het beperken van de ondervraging en het niet direct aanhouden van de zitting, niet zonder meer grond voor wraking vormen. De rechters hadden de raadsman voldoende gelegenheid gegeven vragen te stellen en de regievoering op de zitting was gerechtvaardigd.
De wrakingskamer vond geen aanwijzingen voor vooringenomenheid en wees het verzoek af. De procedure wordt voortgezet zoals die was op het moment van het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van vooringenomenheid.