Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[eiser] te [woonplaats 1] ,
[eiseres]te [woonplaats 1] ,
Rechtbank Den Haag
In deze kortgedingprocedure vorderden eisers dat gedaagde processtukken zou verstrekken. Gedaagde werd opgeroepen voor de zitting van 11 maart 2025, maar verscheen niet, waarna verstek werd verleend. Gedaagde diende een brief in als zuiveringsmededeling, maar verscheen ook niet bij de voortgezette zitting op 3 april 2025, waardoor het verstek niet werd opgeheven.
De voorzieningenrechter sloeg het verweer van gedaagde over vanwege diens afwezigheid en wees de vordering van eisers toe, met uitzondering van het deel dat onvoldoende concreet was geformuleerd. Tevens werd een gematigde dwangsom opgelegd om nakoming te stimuleren. Gedaagde werd veroordeeld tot het verstrekken van diverse processtukken en correspondentie met wederpartijen en deurwaarders, en tot betaling van proceskosten.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bevat een dwangsom van maximaal €10.000 bij niet-nakoming. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot verstrekking van processtukken en betaling van proceskosten met dwangsom bij niet-nakoming.