ECLI:NL:RBDHA:2025:9508

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 mei 2025
Publicatiedatum
30 mei 2025
Zaaknummer
NL25.15247
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:54 Algemene wet bestuursrechtArt. 8:75a Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen bewaring vreemdeling

Verzoekster had beroep ingesteld tegen de maatregel van bewaring die de minister op grond van de Vreemdelingenwet 2000 had opgelegd. Nadat de minister de bewaring had opgeheven vanwege de uitzetting van verzoekster, trok verzoekster haar beroep in en verzocht zij de rechtbank om de minister te veroordelen in de proceskosten.

De rechtbank beoordeelde het verzoek om proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting. De kernvraag was of de minister verzoekster geheel of gedeeltelijk tegemoet was gekomen door de opheffing van de bewaring. De rechtbank stelde vast dat de opheffing uitsluitend verband hield met de uitzetting en niet met de beroepsgronden.

Daarom was er geen sprake van tegemoetkoming zoals bedoeld in artikel 8:75a Awb, en bestond geen grond voor proceskostenvergoeding. Een ambtshalve toetsing van de bewaring was niet aan de orde omdat het beroep was ingetrokken. De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding dan ook af.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming door de minister.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.15247
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster], V-nummer: [V-nummer] , verzoekster,
(gemachtigde: mr. S. Jankie),
en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. R. Hopman).

Inleiding

1. Bij besluit van 30 maart 2025 heeft de minister aan verzoekster de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.
1.1.
Verzoekster heeft tegen de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft zij verzocht om een schadevergoeding.
1.2.
De minister heeft op 4 april 2025 de maatregel van bewaring opgeheven, omdat verzoekster is uitgezet. Verzoekster heeft daarop het beroep ingetrokken en de rechtbank gelijktijdig verzocht de minister te veroordelen in de proceskosten van verzoekster.
1.3.
De minister heeft desgevraagd op dit verzoek gereageerd.
1.4.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van de minister in de proceskosten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
3. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan bij intrekking van het beroep in de proceskosten veroordeeld?
4. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.1
Is de minister aan verzoekster tegemoetgekomen?
5. Verzoekster heeft aangevoerd dat zij heeft aangegeven op eigen gelegenheid te kunnen vertrekken en dat kon worden volstaan met een meldplicht. Bewaring was dus niet nodig. Mogelijk dat de rechtbank ambtshalve nog gronden ziet waarom de maatregel onrechtmatig was, aldus verzoekster.
5.1.
Nu het beroep is ingetrokken, moet uitsluitend worden beoordeeld of de minister met de opheffing van de bewaring geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen. Vaststaat dat de bewaring is opgeheven omdat verzoekster Nederland is uitgezet. De rechtbank heeft ook overigens geen aanleiding te veronderstellen dat de opheffing te maken heeft met de aangevoerde beroepsgronden. Er is daarom geen sprake van tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb. Voor een ambtshalve toetsing van de bewaringsmaatregel bestaat geen aanleiding. Het beroep daartegen is immers ingetrokken.
5.2.
De rechtbank wijst het verzoek om de minister te veroordelen in de proceskosten dan ook af.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, rechter, in aanwezigheid van K.F.K. Hoogbruin, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
23 mei 2025

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
1 Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).