ECLI:NL:RBDHA:2025:9508
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen bewaring vreemdeling
Verzoekster had beroep ingesteld tegen de maatregel van bewaring die de minister op grond van de Vreemdelingenwet 2000 had opgelegd. Nadat de minister de bewaring had opgeheven vanwege de uitzetting van verzoekster, trok verzoekster haar beroep in en verzocht zij de rechtbank om de minister te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank beoordeelde het verzoek om proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting. De kernvraag was of de minister verzoekster geheel of gedeeltelijk tegemoet was gekomen door de opheffing van de bewaring. De rechtbank stelde vast dat de opheffing uitsluitend verband hield met de uitzetting en niet met de beroepsgronden.
Daarom was er geen sprake van tegemoetkoming zoals bedoeld in artikel 8:75a Awb, en bestond geen grond voor proceskostenvergoeding. Een ambtshalve toetsing van de bewaring was niet aan de orde omdat het beroep was ingetrokken. De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding dan ook af.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming door de minister.