Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 18 januari 2024 voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, na instemming van partijen.
De rechtbank oordeelt dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden en dat eisers de minister rechtsgeldig in gebreke hebben gesteld. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van vier weken op, rekening houdend met het fifo-principe zoals eerder vastgesteld door de meervoudige kamer.
Daarnaast wordt een bestuurlijke dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500, waarvan reeds €1.442,- is verbeurd. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eisers, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt op 28 januari 2025.