ECLI:NL:RBDHA:2025:9510
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen bewaring vreemdeling
Verzoekster was onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000, opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Tegen deze maatregel stelde verzoekster beroep in en verzocht zij tevens om schadevergoeding. De minister hief de bewaring op nadat verzoekster was uitgezet, waarna verzoekster haar beroep introk en de rechtbank verzocht de minister te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank beoordeelde het verzoek om proceskostenvergoeding zonder zitting en stelde vast dat de opheffing van de bewaring verband hield met de uitzetting van verzoekster en niet met de beroepsgronden. Hierdoor was er geen sprake van tegemoetkoming door de minister zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek om proceskostenvergoeding daarom niet kan worden toegewezen en wees het verzoek af. Er was ook geen aanleiding voor een ambtshalve toetsing van de maatregel, aangezien het beroep was ingetrokken. De uitspraak werd gedaan door rechter A.M. den Dulk en bekendgemaakt op 23 mei 2025.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de minister niet aan verzoekster is tegemoetgekomen.