ECLI:NL:RBDHA:2025:9516
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning bedrijfspand
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 28 mei 2025 het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Het verzoek was gericht tegen de verleende omgevingsvergunning voor het slopen van een bestaand bedrijfspand en het vervangen daarvan door opslagruimten.
De gronden van het verzoek betreffen toekomstige verkeersafwikkeling en de toegankelijkheid van het terrein voor blusvoertuigen. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze aspecten pas relevant zijn nadat de opslagruimten in gebruik zijn genomen. Omdat de verhuur van de opslagruimten naar verwachting niet zal plaatsvinden vóór de beslissing op bezwaar, ontbreekt het aan een spoedeisend belang.
Daarnaast is gesteld dat de bezwaren over brandveiligheid vooral zien op mogelijk afwijkend gebruik, wat een handhavingskwestie betreft en niet aan de orde kan komen in deze vergunningprocedure. De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoekers geen nadeel ondervinden van de bouw zelf en dat de bezwaren in de bezwaarprocedure kunnen worden behandeld.
De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen, het bestreden besluit wordt niet geschorst, en er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.