Eiser, een Eritrese asielzoeker, diende op 13 juli 2023 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 2 mei 2025 af als kennelijk ongegrond, omdat eiser onvoldoende geloofwaardige documenten over zijn identiteit en herkomst overlegde.
Eiser voerde aan dat hij wel documenten had gehad, waaronder een doopakte, maar dat deze onterecht als niet bevoegd opgemaakt werd beoordeeld. Hij stelde ook dat zijn leeftijdsregistratie in Italië onjuist was en dat hij zijn herkomst correct had beantwoord. De rechtbank oordeelde echter dat de minister terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van eisers identiteit en nationaliteit, mede vanwege wisselende verklaringen en het ontbreken van overtuigend bewijs.
De rechtbank motiveerde dat de minister voldoende onderzoek had gedaan, inclusief het betrekken van leeftijdsregistratie in Italië en herkomstonderzoek. De minister hoefde de overige asielmotieven niet inhoudelijk te beoordelen omdat de identiteit niet vaststond. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bleef in stand.