ECLI:NL:RBDHA:2025:9648
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning humanitair niet tijdelijk wegens niet voldoen paspoortvereiste en belangenafweging privéleven
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met het verblijfsdoel 'humanitair niet tijdelijk', welke door de minister is afgewezen omdat eiser niet voldeed aan het paspoortvereiste en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij hiervoor vrijstelling zou moeten krijgen.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat hij van de Algerijnse autoriteiten geen geldig paspoort kan verkrijgen. Daarnaast is niet in geschil dat eiser een zekere mate van privéleven in Nederland heeft opgebouwd, maar de minister heeft terecht een belangenafweging gemaakt waarbij het privéleven van eiser niet zwaarder weegt dan het algemeen belang van Nederland bij het handhaven van het toelatingsbeleid.
Eiser voerde aan dat hij nauwe banden met Nederland heeft en beperkte banden met Algerije, en dat zijn medische situatie en criminele verleden onvoldoende in de belangenafweging zijn meegenomen. De rechtbank stelt dat eiser nooit een verblijfsvergunning heeft gehad en zijn verblijf altijd precair was, waardoor de gevolgen van zijn keuze voor Nederland te verblijven voor eigen rekening zijn. Ook is eiser tekortgeschoten in het onderbouwen van zijn medische situatie en verblijf in Frankrijk.
De minister mocht het strafrechtelijk verleden van eiser meewegen en hoefde niet ambtshalve een verblijfsvergunning voor medische behandeling te verlenen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning humanitair niet tijdelijk wordt ongegrond verklaard.