ECLI:NL:RBDHA:2025:9661
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit verblijfsvergunning familie en gezin
Verzoeker heeft op 1 augustus 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met als doel familie en gezin, om bij zijn echtgenote te kunnen verblijven. De minister wees deze aanvraag bij besluit van 21 oktober 2024 af. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien spoed vereist is en partijen het eens zijn over het uitblijven van uitzetting. De minister gaf aan zich niet te verzetten tegen toewijzing van de voorlopige voorziening, waardoor rechtmatig verblijf ontstaat. Verzoeker stemde in met afdoening zonder zitting.
De voorzieningenrechter besloot daarom het primaire besluit te schorsen en verbood de minister verzoeker uit Nederland te verwijderen totdat de beslissing op bezwaar bekend is gemaakt. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoeker wordt geschorst totdat op bezwaar is beslist.