ECLI:NL:RBDHA:2025:9688

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juni 2025
Publicatiedatum
2 juni 2025
Zaaknummer
NL25.13821
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 2u VwArt. 6:12 AwbArt. 8:55d AwbArt. 6:20 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig besluit en ongegrondheid beroep tegen alsnog genomen besluit in vreemdelingenzaak

Eiseres diende een tweede beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf van 1 juni 2023. De minister had de beslistermijn van 90 dagen met drie maanden verlengd, maar had niet binnen deze termijn beslist. Na het verstrijken van deze termijn vroeg eiseres alsnog binnen twee weken om een besluit, waarop de minister niet reageerde. Vervolgens stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.

Op 18 april 2025 nam de minister alsnog een besluit. Hierdoor zag de rechtbank geen reden om te bepalen dat de minister alsnog een besluit moest nemen. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit werd daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen het alsnog genomen besluit werd ongegrond verklaard omdat eiseres geen gronden tegen dit besluit had aangevoerd.

De rechtbank legde geen dwangsom op, aangezien de minister alsnog had beslist. Wel werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het alsnog genomen besluit ongegrond; de minister is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.13821

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. H.T. Gerbrandy),
mede namens haar minderjarige kind:

[naam],

V-nummer: [nummer],
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het tweede beroep dat eiseres heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf van 1 juni 2023. Dit beroep heeft van rechtswege ook betrekking op het alsnog door de minister genomen besluit.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ontvankelijk?
2. De minister moet uiterlijk binnen 90 dagen na het ontvangen van de aanvraag beslissen. [2] De minister heeft deze termijn met drie maanden verlengd. De rechtbank stelt vast dat deze termijn is verstreken. [3] Eiseres heeft de minister, na het verstrijken van deze termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. Dat heeft de minister niet gedaan en eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld. [4]
3. Op 18 april 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen. Omdat door de minister alsnog een besluit is genomen, is er voor de rechtbank geen aanleiding om te bepalen dat de minister alsnog een besluit op de aanvraag dient te nemen. [5]
4. Het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit is kennelijk
niet-ontvankelijk.
Is het beroep tegen het alsnog genomen besluit gegrond?
5. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ook betrekking op het alsnog genomen besluit. [6] Eiseres heeft geen gronden ingediend die zien op het alsnog genomen besluit. Dit betekent dat het beroep gericht tegen het alsnog genomen besluit kennelijk ongegrond is.
Welke dwangsom legt de rechtbank op?
6. Er bestaat geen aanleiding om een rechterlijke dwangsom op te leggen, omdat de minister is tegemoet gekomen aan het verzoek van eiseres en alsnog heeft beslist op haar aanvraag.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk. Het beroep gericht tegen het alsnog genomen besluit is ongegrond.
8. Omdat de minister na het indienen van het beroep alsnog een besluit heeft genomen, is het beroep terecht ingediend en moet de minister de door eiseres gemaakte proceskosten vergoeden. De te vergoeden proceskosten stelt de rechtbank vast op € 453,50. [7]

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk;
  • verklaart het beroep tegen het alsnog genomen besluit ongegrond;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 2u, eerste lid van de Vreemdelingenwet (Vw).
3.Artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb.
4.Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb.
5.Artikel 8:55d van de Awb.
6.Artikel 6:20, derde lid, van de Awb.
7.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.