ECLI:NL:RBDHA:2025:9700
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie legde op 27 december 2024 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep op 30 mei 2025 via telehoren, waarbij eiser aanwezig was in het detentiecentrum Rotterdam en zijn gemachtigde in Groningen. De rechtbank toetste het voortduren van de maatregel sinds de vorige uitspraak van 25 april 2025, waarin de maatregel tot dat moment als rechtmatig was beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende actieve medewerking verleent en dat er geen aanwijzingen zijn dat het zicht op uitzetting ontbreekt. Er is geen reden om een lichter middel toe te passen, ondanks het zwaar vallen van de bewaring voor eiser. Ook is voldoende voortvarend gehandeld door de minister, met meerdere pogingen tot vertrekgesprekken en rappelleringen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.