ECLI:NL:RBDHA:2025:9701
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht ongegrond verklaard
De minister heeft op 12 maart 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, een Pakistaanse vreemdeling, die nog steeds voortduurt. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 30 april 2025 behandeld via telehoren.
De rechtbank toetst of de voortzetting van de maatregel sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 4 april 2025 rechtmatig is. Eiser betoogt dat de minister onvoldoende voortvarend is in de uitzetting, omdat sinds 7 mei 2025 geen uitzettingshandelingen zijn verricht behalve het annuleren van een vlucht. De rechtbank oordeelt echter dat de minister voldoende voortvarend handelt: er zijn vertrekgesprekken gevoerd, een vlucht is aangevraagd, geannuleerd, omgeboekt en opnieuw aangevraagd met een geplande vertrekdatum op 9 juni 2025.
Verder stelt de rechtbank vast dat er concreet zicht is op uitzetting naar Pakistan, aangezien de nationaliteit van eiser op 7 mei 2025 is bevestigd door de Pakistaanse autoriteiten. De minister heeft terecht geen lichter middel dan bewaring toegepast, en asielgerelateerde gronden zijn in deze procedure niet aan de orde. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.