Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Gouda, het college
Holland Steen B.V. te Rijsenhout , vergunninghoudster, en
[bedrijfsnaam 2] B.V.te [vestigingsplaats 2] , belanghebbende
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een beroep en een verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Gouda aan vergunninghoudster heeft verleend voor de bouw van twee woningen aan de [adres 1] en [adres 2] te Gouda.
Verzoeker, wonende nabij het bouwplan, betwist de vergunning onder meer vanwege het advies van de Veiligheidsregio Hollands Midden, de bereikbaarheid van het binnenterrein voor hulpdiensten, de afmetingen van de onderdoorgang en de verkeersveiligheid. De rechtbank stelt vast dat het advies van de Veiligheidsregio zorgvuldig tot stand is gekomen en dat verzoeker geen deskundig tegenadvies heeft ingebracht. Ook is niet aannemelijk dat de manoeuvreerruimte of verkeersveiligheid verslechtert na voltooiing van het bouwplan.
Verder is het beroep ongegrond omdat verzoeker geen onderbouwde gronden heeft aangevoerd tegen de afwijking van het bestemmingsplan en andere relevante weigeringsgronden ontbreken. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Verzoeker krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.