ECLI:NL:RBDHA:2025:9714
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende geloofwaardigheid politieke activiteiten en late aanvraag
Eiser, een Turkse Koerd, vroeg in april 2022 asiel aan in Nederland. Hij stelde dat hij vanwege zijn politieke activiteiten voor Koerdische partijen in Turkije en Nederland vervolging en mishandeling door de Turkse autoriteiten vreesde. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, met name vanwege onvoldoende bewijs voor de geloofwaardigheid van de politieke activiteiten in Turkije en het late indienen van de aanvraag.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de minister terecht de stukken over de politieke activiteiten in Turkije niet als objectief en authentiek beschouwde. Eiser kon geen overtuigende verklaring geven voor het late indienen van zijn asielaanvraag, waarbij hij zes jaar na binnenkomst pas asiel vroeg. Ook de politieke activiteiten in Nederland werden niet als apart asielmotief erkend omdat onvoldoende aannemelijk was dat deze tot een reëel risico bij terugkeer leiden.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade loopt bij terugkeer naar Turkije. De aanvraag werd terecht als kennelijk ongegrond afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bekrachtigt de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel.