Uitspraak
Alimentatie en omgang
Beschikking op het op 12 juni 2024 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens verzoekschrift;
Rechtbank Den Haag
Partijen zijn de ouders van drie minderjarige kinderen die bij de moeder verblijven. De moeder verzoekt de rechtbank om vaststelling van kinderalimentatie van €540 per kind per maand, uitgaande van een draagkracht van de vader die hoger zou zijn dan de behoefte van de kinderen.
De vader is momenteel gedetineerd en heeft geen inkomen. Hij is nog niet veroordeeld, waardoor de rechtbank niet kan vaststellen of er sprake is van verwijtbaar inkomensverlies. De moeder stelt dat de detentie aan de vader te wijten is en dat de gevolgen daarvan niet in het nadeel van de kinderen mogen komen. Ook stelt zij dat de vader binnenkort over vermogen zal beschikken door verkoop van de woning, maar dit is onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank oordeelt dat de vader geen draagkracht heeft om bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. De situatie verschilt van eerdere jurisprudentie waarin detentie was beëindigd en verdiencapaciteit weer kon worden aangewend. Het verzoek van de moeder wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot kinderalimentatie wordt afgewezen omdat de vader gedetineerd is en geen draagkracht heeft.